Organisatie
Organisatie
Organisatie
Organisatie
Organisatie
Organisatie
Organisatie
Organisatie

Regels over de school als organisatie en gebouw

15.  Toelating          

16.  Vrijheid van meningsuiting 

17.  Vrijheid van uiterlijk   

18.  Bijeenkomsten van leerlingen        

19.  Leerlingenraad           

20.  Leerlingenadministratie en privacy-bescherming          

21.  Gedragsafspraken     

22.  Schade 

23.  Ongewenst gedrag    

24.  Aanwezigheid 

25.  Afwezigheid    

26.  Strafbevoegdheden   

27.  Straffen 

28.  Toegang tot de les ontzeggen         

29.  Schorsing        

30.  Definitieve verwijdering.     


 

15.  Toelating

15.1.  De schoolleiding stelt criteria vast op grond waarvan een aspirant-leerling tot de school kan worden toegelaten.

 

15.2.  De schoolleiding zorgt ervoor dat de aspirant-leerling en zijn ouder(s) voldoende informatie over de gang van zaken op school krijgen.

 

15.3.  Als een aspirant-leerling niet wordt toegelaten, dan geeft de schoollei­ding aan, op welke gronden deze beslis­sing gebaseerd is.

 

15.4.  Tegen deze beslissing is beroep mogelijk bij het schoolbestuur.

 

16.  Vrijheid van meningsuiting

16.1.   Iedere leerling heeft de vrijheid zijn mening op school te uiten binnen de grenzen die de identiteit en de doelstelling van de school daaraan stellen .

Leerlingen dienen elkaars mening en die van anderen te respecteren.

Uitingen en gedrag die discriminerend, beledigend, kwetsend en/of intimiderend zijn, worden niet toegestaan.

 

16.2.   Iedere leerling die zich door een ander  gediscrimineerd, beledigd,

gekwetst of geïntimideerd voelt, kan handelen volgens de in hoofdstuk D aangegeven procedure. 

17.  Vrijheid van uiterlijk

17.1.  De schoolleiding heeft, de leerlingenraad (indien aanwezig) gehoord,  de bevoegdheid voorschriften te geven en te wijzigen ter zake van uiterlijk en kleding van de leerlingen.

 

17.2.  De school kan bepaalde kleding verplicht stel­len, wanneer de kleding aan  bepaalde gebruiks- of veiligheidseisen moet vol­doen.

 

17.3.  Wanneer het dragen van bepaalde kleding spanningen of  
wanordelijkheden (dreigen te) veroorzaken, kan de school nadere

kledingvoorschriften instellen.

 

18.  Bijeenkomsten van leerlingen

18.1.   De schoolleiding staat, onder bepaalde voorwaarden, bijeenkomsten van leerlingen toe en stelt hiervoor een ruimte beschikbaar. Eén en ander mag de normale gang van zaken binnen de school niet verstoren.

 

18.2.   De leerlingen laten de gebruikte ruimte netjes achter.

 

18.3.  De gebruikers zijn hiervoor verantwoordelijk. Voor eventuele schade is men gezamenlijk en/of hoofdelijk aansprakelijk.

 

19.  Leerlingenraad

De leerlingenraad is bevoegd, gevraagd of ongevraagd, advies uit te brengen aan de schoolleiding en/of medezeggenschapsraad met name over die zaken die de leerlingen in het bijzonder aangaan.

Voor de samenstelling van de leerlingenraad, de verkiezingen hiervoor, de rechten en plichten van de raad, etc. verwijzen we naar het huishoudelijk reglement van de leerlingenraad.

20.  Leerlingenadministratie en privacy-bescherming

20.1. Er is op school een leerlingenadministratie onder verantwoorde­lijkheid van de schoolleiding.

 

20.2.  Een leerling en zijn ouder(s) hebben het recht de gege­vens die over hem genoteerd zijn, in te zien en het recht om onjuistheden daarin te laten veranderen.

 

20.3.  Toegang tot de leerlingenadministratie hebben:

  • de leraren van de betreffende leerling
  • de schoolbegeleiding
  • de afdelingscoördinator
  • de schoolleiding
  • het administratieve personeel van de school. Verder heeft niemand toegang tot de leerlingenadministratie zonder uitdrukkelijke toestem­ming van de schoolleiding en de betreffende leerling/ouder.

 

20.4.  Ten aanzien van de gegevens die worden opgenomen in de leerlingen-administratie en de daarbij in acht te nemen privacy, geldt hetgeen is bepaald in artikel 11 van het Besluit genormeerde vrijstelling, waarvan de tekst als bijlage aan dit statuut is toegevoegd.

 

20.5.  De leerling kan aan een personeelslid vertrouwelijke gegevens  verstrekken. Alleen met instemming van de leerling kunnen deze gegevens met derden worden besproken.

 

20.6. Gegevens over absentie en cijfers zijn voor ouders en leerlingen in te zien via het Ouderportaal

 

21.  Gedragsafspraken

21.1.  De schoolleiding stelt, met inachtneming van het in het medezeggen­schapsreglement gestelde,gedragsafspraken vast.

Deze zijn opgenomen in de schoolgids.

 

21.2.  Leidraad bij het opstellen van de gedragsafspraken zijn redelijkheid, gelijkheid en rechtsze­kerheid.

 

21.3.  Deze afspraken mogen niet in strijd zijn met het leerlingenstatuut.

 

21.4.  Iedereen is verplicht zich aan deze afspraken te houden.

 

22.  Schade

22.1.  Ten aanzien van de aansprakelijkheid bij, door of aan leerlingen toegebrachte schade gelden de hierop betrekking hebbende bepalingen van het Burgerlijk Wetboek.

 

22.2.  De ouder(s) van een minderjarige leerling die schade heeft veroorzaakt, worden hiervan door of vanwege de school in kennis gesteld en aangesproken. De meerderjarige leerling wordt persoon­lijk aangespro­ken.

 

22.3.  Tegen een leerling die opzettelijk schade toebrengt aan het school-gebouw, eigendommen van de school of eigendommen van derden, kunnen door de school strafmaatregelen worden getroffen.

 

23.  Ongewenst gedrag

23.1.  De schoolleiding treft, met inachtneming van het in het medezeggen­schapsreglement gestelde, maatregelen om ongewenst gedrag te voorkomen en er zo nodig passend op te kunnen reageren.

 

23.2.   Indien een leerling zich gekwetst voelt door een ongewenste intimiteit van de kant van medeleerlingen of personeel, kan hij zich wenden tot de klassendocent en/of een vertrouwenspersoon.

Van ongewenste intimiteiten is sprake als een leerling zich gekwetst voelt door een benadering of intimiteit  van de kant van medeleerlin­gen of personeel, die de leerling niet gewenst heeft.

 

24.  Aanwezigheid

De leerlingen zijn verplicht de lessen bij te wonen volgens het rooster.

Leerlingen kunnen via hun klassenvertegenwoordiger  bij de roosterma­ker wijzigingen in het lesrooster voorstellen.

De schoolleiding stelt een regeling vast ten aanzien van de aanwezig­heid van leerlingen tijdens pauzes, lesuitval en roostervrije uren.

Deze regeling staat in de locatiegids.

 

25.  Afwezigheid

Bij lesverzuim geldt hetgeen is vastgesteld in de

locatiegids.

 

26.  Strafbevoegdheden

26.1. In situaties buiten de leslokalen volgen leerlingen de aanwijzingen van het personeel op. Indien zij dat niet doen dan meldt het personeelslid  dit bij de mentor/tutor, afdelingscoördinator of bij de schoolleiding. Deze legt eventueel een redelijke straf op.

Tijdens de lessen zorgt de leraar zelf voor afhandeling van de straf.

 

26.2.   Meent de leerling ten onrechte of onredelijk zwaar te zijn gestraft, dan kan hij zich wenden tot de mentor/tutor, de afdelingscoördinator of de schoollei­ding, die in overleg met de strafoplegger uiteindelijk beslist.

 

27.   Straffen

27.1.  Bij het opleggen van een straf dient er een redelijke verhouding te bestaan tussen de soort straf, de strafmaat en de ernst en de aard van de overtreding.

 

27.2.   Het moet duidelijk zijn voor welke overtreding de straf wordt gegeven.

 

27.3.   Bij de praktische uitvoering van een straf wordt rekening gehouden met de mogelijkheden van de leerling.

 

27.4.   De volgende straffen kunnen aan leerlingen worden opgelegd:

  • een waarschuwing
  • het maken van strafwerk
  • extra tijd terugkomen
  • gemiste lessen inhalen
  • opruimen van gemaakte rommel
  • corvee-werkzaamheden uitvoeren
  • het ontzeggen van de toegang tot één of meer lessen
  • schorsing
  • definitieve verwijdering                            
  • De laatste drie zijn voorbehouden aan de schoolleiding.

 

27.5.   Lijfstraffen zijn niet toege­staan.

 

27.6.   De straf moet binnen 14 dagen na het constateren van de overtreding zijn opgelegd.

 

28.  Toegang tot de les ontzeggen

28.1.   Een leerling die de goede voortgang van een les ver­stoort of die zich tijdens een les misdraagt, kan door de leraar uit de les worden gestuurd. De leerling meldt zich bij de klassendocent/afdelingscoördinator.

 

28.2.   De onderbouwleerling meldt zich vervolgens bij de mentor, of bij de afdelingscoördinator. De bovenbouwleerling meldt zich in de tolkamer.

 

29.      Schorsing

29.1.   Bij ernstig wangedrag of bij het herhaaldelijk verstoren van lessen of van de orde op school, kan de schoolleiding de leerling schorsen voor maximaal 1 week.

 

29.2.   De schoolleiding deelt de schorsing per brief aan de ouder(s) van de geschorste leerling mee. In deze brief is ook de reden van de schor­sing aangegeven.

Tevens vindt er een gesprek plaats tussen leerling, ouder(s) en schoolleiding.

 

29.3.   De schoolleiding stelt de inspecteur schriftelijk in kennis van een schorsing voor een periode langer dan één dag met opgave van redenen.

 

29.4.   De ouder(s) van de geschorste leerling kunnen in beroep gaan bij het schoolbestuur.

 

30.  Definitieve verwijdering.

30.1.  De schoolleiding kan besluiten tot definitieve verwijdering van een leerling, nadat deze en, indien deze minderjarig is, ook zijn ouder(s), in de gelegenheid is/zijn gesteld hierover te worden gehoord. Een leerling wordt op grond van onvoldoende vorderingen niet in de loop van een schooljaar verwijderd.

 

30.2.  Definitieve verwijdering van een leerplichtige leerlin­g geschiedt slechts na overleg met de inspectie. Zolang dit overleg duurt, kan de desbetref­fende leerling worden geschorst.

 

30.3.  De schoolleiding stelt de inspectie van een definitieve verwijdering schriftelijk en met opgave van redenen in kennis.

 

30.4  Het besluit tot definitieve verwijdering van een leerling wordt schriftelijk en met  opgave van redenen aan de betrokkene en, indien deze minderjarig is, ook aan de ouder(s) van de betrokkene medegedeeld, waarbij tevens de inhoud van artikel 31.5 en 31.6 wordt vermeld.

 

30.5.  Binnen dertig dagen na dagtekening van de in artikel 31.4 bedoelde mededeling kan door de leerling en, indien deze minderjarig is, ook door zijn ouder(s), aan de schoolleiding schrifte­lijk om herziening van het besluit worden verzocht.

 

30.6.   De schoolleiding neemt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen dertig dagen na ontvangst van het verzoek, na overleg met de inspectie en desgewenst andere deskundigen een beslissing op het verzoek om herziening, doch niet eerder dan nadat de leerling en, indien deze minderjarig is, ook zijn ouder(s) in de gelegenheid is/zijn gesteld te worden gehoord en kennis heeft/hebben kunnen nemen van de op het besluit betrekking hebbende adviezen of rapporten.

 

30.7.  De schoolleiding kan de desbetreffende leerling, gedurende de behande­ling van het verzoek om herziening van een besluit tot definitieve verwijdering de toegang tot de school ontzeggen.

 

30.8.  Indien het een leerplichtige leerling betreft, kan definitieve verwijdering niet geschieden dan nadat de leerling de toezegging heeft gekregen dat hij elders wordt toegelaten of nadat hij van de leerplicht is vrijgesteld.

Om deze website optimaal te laten functioneren gebruiken wij cookies. Voor meer informatie zie ons cookiebeleid.